Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


beeckestijn

Beeckestijn

Als museum opengestelde buitenplaats in de 18de eeuwse trand. Het bevindt zich in Velsen, provincie Noord-Holland.

Het verhaal

Toen de Tachtigjarige Oorlog steeds meer in het voordeel van de Nederlander uitpakte en de Gouden Eeuw zich aankondigde groeiden de Hollandse steden en werden voor rijke kooplieden de mooiste huizen gebouwd. De steden werden groter, drukker en voller. In de zomer stonken de grachten, was de lucht van allerlei bedrijfjes niet te harden, en weerklonk het lawaai van timmerlui, smeden en andere ambachtslieden van zonsop- tot zonsondergang. De rijken ontvluchtten de stad en woonden ’s zomers op het land. In het begin kochten ze boerderijen waarvan een gedeelte werd verbouwd tot herenkamer. Gaandeweg groeiden die bouwsels uit tot herenhuizen en werden de pachters verdreven naar de rand van het gebied. Buiten wonen was niet alleen gezond en aangenaam, maar ook profijtelijk. Het land en de tuinen brachten groenten, fruiten landbouw producten op voor eigen gebruiken de rest voor de verkoop. De Hollandse buitens hebben dan ook altijd keukenhoven, kruidentuinen en boomgaarden. Niet verstopt achter de siertuinen zoals in Frankrijk, maar volop in het zicht.

Geliefde gebieden om ’s zomers te wonen was de streek langs de Amstel en de Vecht en zeker ook het Kennemerland achter de duinen. Het was daar een wildrijk gebied, de heren gingen graag jagen, achter de duinen lag de vruchtbare geestgrond, het af te gravenzand bracht een aardig bedrag op ala het aan de stad werd verkocht om bijvoorbeeld de straten op te hogen. Van belang was ook de bereikbaarheid, bij voorkeur over water. Het IJmeer maakte het mogelijk om vanuit Amsterdam rechtstreeks naar het Kennemerland te varen. De families woonden van mei tot oktober buiten. De heer des huizes kwam meestal voor het weekend over om door de week zijn zaken in de stad te kunnen behartigen. De schoolgang van de kinderen in die maanden was geen probleem want rijke families hadden gouverneurs en gouvernantes in dienst die de kinderen opvoedden.

Beeckestijn

Beeckestijn is een voorbeeld van een buiten dat uit een hoeve met een herenkamer is ontstaan. Het bezit was eerst in handen van een adellijke maar arme heer van Beeckestijn die trouwde met een rijke koopmansdochter. Een veel voorkomende verbintenis waarbij rijk geworden kooplui zich bij de adel inkochten en arme adel uit de geldzorgen raakte. Na verschillende verkopen kwam het bezit in 1716 in handen van Jan Trip, de zoon van een Amsterdamse koopmans- en burgemeestersfamilie. Trip trouwde de schatrijke dochter van een gouverneur-generaal. Hij begon met een ingrijpende verbouwing van het huis, liet de bijgebouwen aan weerszijden van het voorplein optrekken en verfraaide de tuinen met als meest opvallend element de enorme waterkom. Trip kon niet lang van zijn buitenplaats genieten. Hij stierf nog geen dertig jaar oud en werd in Velsen begraven. Zijn weduwe hertrouwde. Zijn zoon deed in zijn studententijd van zich spreken door een Engelse lady te schaken, met wie hij trouwde, maar evenals zijn vader stierf hij heel jong. Beeckestijn werd verkocht aan de familie Boreel die het pad tot 1942 in bezit zou hebben.

De eerste Boreel liet de zijvleugels bouwen in zandsteen, waarna het hele huis werd gepleisterd. In de 18de eeuw beleefde het buiten zijn glorieperiode. De invloedrijke familie Boreel gaf grote partijen. Zelfs stadhouder Willem V en zijn vrouw bezochten het voor die gelegenheid geïllumineerde buiten. Er was naar de mode van die tijd in de tuin een menagerie met exotische dieren. Jammer genoeg stierven de dieren meestal na korte tijd. Maar dank zij goede contacten met de gouverneur-generaal in Baravia kwamen er telkens nieuwe zendingen aapjes en papegaaien.
Na de Franse tijd wist de familie Boreel zich te handhaven. Men verwierf zich onsterfelijkheid met het oprichten van het regiment Huzares van Boreel, die onder meer deelnamen aan de Slag bij Waterloo. De aanleg van het Noordzeekanaal vormde korte tijd een bedreiging voor het buiten. Maar door lobyen van de inmiddels tot jonkheer verheven Boreel werd dit probleem opgelost met een knik in het kanaal. Door huwelijken kwam de familie in het bezit van het naastgelegen buiten Waterland. Vanaf 1924stond het huis leeg.

Verval en herstel

Tijdens de mobilisatie voor de Tweede Wereldoorlog namen militairen hun intrek in het buiten. Na de capitulatie gebruikten de Duitsers Beeckestijn als onderkomen. Het hele huis was geschilderd in camouflagekleuren. In de omgewoelde tuin werden bunkers gebouwd. Na de oorlog overwoog de gemeente Velsen serieus om Beeckestijn te slopen. Gelukkig bracht een schenking van de Hoogovens en een toezegging voor een subsidie tot 90% door het Rijk in1959 uitkomst. Beeckestijn werd met grote zorg gerestaureerd en ingricht. De tuinen zijn toegankelijk en worden gedurende de laatste jaren stukje bij beetje weer gereconstrueerd naar voorbeeld van de oude tuinen. Daardoor keert de eenheid van huis en tuin terug en is Beeckestijn een uniek bezit in Nederland. Beeckestijn was tot 2006 een museum. Nu zijn alleen de tuinen nog te bezoeken. Het adres is: Rijksweg 136 1981 LD Velsen-Zuid, Nederland.

beeckestijn.txt · Laatst gewijzigd: 2018/07/03 22:58 (Externe bewerking)